Met enige weemoed verlaten we Tørshavn en in de donker wordende nacht, met de volle maan verscholen achter het wolkendek, zien we de zuidelijke eilanden van de Faeröer aan stuurboord verdwijnen. De ons voorspelde wind in de rug blijkt dermate zwak dat de motor er bij moet om enige voortgang te maken. De golven dempen in de loop van de nacht wat uit en het schip rolt minder heftig heen en weer. Koen raakt definitief ingeslingerd, draait de wachtjes van vier uur volop mee en haalt de gemiste maaltijden driedubbel in.

Halverwege steken we het diepe Faroe-Shetland-Channel over en komen we terecht in een school foeragerende grienden (pilot whales). In groepjes van twee tot vier dieren, jong en oud bij elkaar, duiken ze alle richtingen op. De forse tandwalvissen zijn duidelijk druk aan het jagen en voor ons schip hebben ze nauwelijks aandacht. Even later zien we op afstand ook nog een paar dolfijntjes met grote snelheid door de golven schieten, waarschijnlijk de gewone dolfijn Delphinus delphis.

Na anderhalve dag varen doemen vrijdagochtend de Orkneys aan de horizon op. Met het laatste staartje van de vloedstroom mee varen we tussen de eilanden en skerries door naar de hoofdstad Kirkwall, waar we aanmeren aan de drijvende steiger van de marina.

We zullen een aantal dagen op de Orkneys doorbrengen, in afwachting van goede wind en natuurlijk ook in afwachting van het rendez-vous met Rosko komende woensdag.

Zaterdag 1 augustus. We maken schoonschip en repareren een haperende buitenboordmotor en een lekkende koelwaterpomp. Voor de haven worden zeilwedstrijden gehouden met mooi gelijnde Orkney-jollen. We sjouwen door de steegjes van Kirkwall en voor de 12e eeuwse kathedraal zijn we getuige van een optreden van de Kirkwall City Pipe Band. We zijn in Schotland en eten fish and chips.