Nadat we dichterbij Jan Mayen kwamen verdween de contour van de vulkaan Beerenberg en belanden we in spectaculair turbulent weer. Plotsklaps opstekende valwinden opstekende wisselden af met onheilspellende windstiltes. Tussen de mistflarden ontwaarden we grillige zwarte rotsen en groenbemoste berghellingen. De gletsjers dampten in fel zonlicht. Na vijf dagen op zee hadden we het gevoel dat we een nieuwe planeet ontdekten.

We ankeren in de beschutte baai Båtvika aan de zuidoostzijde van het langgerekte eiland. Na eerst wat te hebben bijgeslapen varen we met de Zodiac het lavasstrand op en lopen we de paar honderd meter naar het militair en meteorologisch station. Twee Nederlandse kanonnen sieren het pleintje tussen de legerbarakken. Volgens protocol melden we ons aan bij de commander, die ons vertelt dat we het derde jacht zijn dat dit jaar Jan Mayen bezoekt. Bij het afstempelen van de paspoorten wordt ons medegedeeld dat we geacht worden binnen 24 uur weer te vertrekken. Uiteindelijk wordt de soep niet zo heet gedronken en worden we allerhartelijkst ontvangen. We nemen een heerlijke douche en krijgen een rondleiding door het meteorologisch station. Er werken 22 mensen op het eiland. Naast de meteorologische functie en als grondstation voor Galilei- en Egnos satellieten blijkt Jan Mayen zo te zien ook een militair inlichtingenstation te zijn waar ze niet teveel pottenkijkers willen hebben.
Op het moment dat voor ons de sauna wordt aangezet, kiezen we er voor om de ons gegunde tijd te besteden aan de verkenning van het eiland. In de nacht van vrijdag op zaterdag maken we een voettocht van zeven uur. Via een sintelpad steken we het eiland over naar de baai Kvalrossbukta waar Nederlanders in de zeventiende eeuw een walvisstation exploreerden. We zien uit een afkalvende wal de laatste resten cultuurhistorie in de vorm van vloerdelen en wat resten baksteen. Uit een halfvergane plank haal ik een gesmede vierkante spijker; cadeautje voor Else die zondag jarig is.

In de baai liggen reusachtige schedels en kaakbotten van de Groenlandse walvissen die hier ooit massaal zijn afgeslacht. Op een heuvel vinden we grafmonumenten van omgekomen landgenoten. Ongelofelijk om te beseffen onder welke barre omstandigheden destijds op de Groenlandse walvissen werd gejaagd. Volgens Hacquebord van het Groningse Arctisch Centrum was de walvisvaart ook nog eens allerminst lucratief.

Voor de terugweg naar onze ankerplaats besluiten we cross-country door te steken. We belanden in een ongenaakbare wereld van lavaformaties die rauw contrasteren met zachtgroene mostapijten van meer dan een halve meter dik. Het is mistig en er staat een gure wind. Grote jagers cirkelen om ons heen en maken duikvluchten boven onze hoofden. Aan de andere kant van de heuvelrug volgen we een dal naar de kust, maar we komen veel noordelijker uit dan gedacht. Mijn handheld GPS maar is stom genoeg aan boord blijven liggen. Uiteindelijk bereiken we onze baai en zien we de Cachalot rotsvast aan zijn anker liggen. Afgepeigerd, maar ontzettend voldaan over onze woeste tocht, maken we wat gehaktballetjes warm en zijgen we in een diepe slaap. De 24 uur die we van de commander kregen voor ons verblijf rekken we op tot 36 uur.

Zaterdag om 17:45 lichten we ons anker. Als het goed is vliegen we met de wind in de rug in een paar dagen naar IJsland.