We verlaten Jan Mayen, nog altijd gehuld in turbulente mistflarden waartussen soms een fel oplichtende zonnestraal. Ons werd verteld dat de airstrip in de zomermaanden niet kan worden gebruikt vanwegde de Karman-winden, spiraalvormige wervels die vanaf het eiland over tientallen kilometers door de atmosfeer worden getrokken.

Op open zee neemt de wind gestaag toe. We zeilen op een half-ingerolde kluiver en noteren windvlagen van meer dan 30 knopen. Dat is windkracht zeven is in plaats van de ons voorspelde windkracht vijf. De zee bouwt zich op en zware golven van vier meter tillen ons bootje op en rollen onder ons door. Alles wat niet vast staat slingert door het schip. Wanneer een breker dwars in komt en tegen de scheepswand dreunt vliegen de net afgepaste kopjes rijst door de kajuit. We zijn een notendopje in de oceaan maar het schip gedraagt zich geweldig en we twijfelen geen moment aan haar zeewaardigheid. Vanaf de boeg maken we spectaculaire filmpjes.

Zaterdagavond wordt de wind wat stabieler en worden de golven langer. De kluiver rollen we helemaal uit. Om middernacht zingen we voor de verjaardag van Else. The Boxer van Simon & Garfunkel schalt over het scheepsdek.
Eigenlijk hadden we rond Jan Mayen wel ontmoetingen met dolfijnen en walvissen verwacht, maar waarschijnlijk mede door de onstuimige zee laten ze zich niet zien. Alleen Else ziet een zwart lijf met bolle kop en een spitse snuit boven het water komen. Dat moet wel een Butskop zijn geweest: grote diep duikende dolfijnen. Ik wou dat ik ook jarig was..

Naarmate we de 360 mijlen naar IJsland aftellen neemt de wind af en komt de zee tot bedaren. We draaien onze wachtjes in het grijze tijd- en ruimteloze niets. Gelukkig zijn we met onze ‘sailors companions’, de Noordse stormvogels waarvan er altijd wel een paar rond de boot cirkelen. Ze scheren met hun vleugeltoppen rakelings over de golven, draaien tegen de wind in omhoog en doen fly-by’s langs het schip. We verbeelden het ons niet: ze kijken je echt aan.

Dinsdagochtend zien we voor het eerst de zon opkomen. We passeren de poolcirkel, hijsen de gennaker en kabbelen verder naar IJsland.