Na drie dagen Longyearbyen zijn Dick en ik verder naar het noorden gevaren. Chris bleef achter bij Else die wat extra tijd nodig heeft om te herstellen van een medisch onderzoek. We gaan er vanuit dat we elkaar weer ontmoeten in Ny Ålesund en met z’n viertjes de tocht kunnen vervolgen.
Met windje 2-3 uit het oosten zeilden we een dag en nacht met vol tuig en sinds lange tijd konden we de mooie blauwgroene gennaker weer bijzetten. Onderweg bij Poolepynten op het langgerekte eiland Prins Karlsforland, lag een flinke groep walrussen kriskras door elkaar te dutten. Verderop in de Fortlandsundet kamen we nog drie foeragerende walrussen tegen. Ze leven van schelpdieren die ze in ondiepe zandbodems zoeken.
Ny Ålesund is het meest noordelijke dorp van de wereld. Oorspronkelijk een mijnwerkersplaatsje heeft het vooral bekendheid gekregen door poolreizigers als Amundsen en Nobile. De kop van Amundsen saat in bons voor het huis waar hij woonde. De mast waaraan Nobile zijn zeppelin afmeerde staat hier nog steeds overeind.
Nu werken er circa honderdvijftig onderzoekers in Ny Ålesund van allerlei disciplines en nationaliteiten, waaronder ook bioloog Maarten Loonen die hier al jarenlang ieder zomer onderzoek doet naar brandganzen en Noordse sterns. Het was op een feestje van Maarten en Marion twintig maanden geleden dat zij vele prachtige verhalen over Spitsbergen vertelden en dat ik met enige bluf opperde om Maarten op te gaan zoeken met de Cachalot. En zo is het dus gekomen..