Donderdagochtend om 05:45 afgemeerd naast twee Poolse jachten in Longyearbyen, hoofdstad(je) van Spitsbergen, oftewel Svalbard.
Doordat we nu weer een internetverbinding hebben kan ik tekst en foto’s bijwerken, ook van de vorige sms-berichten.

In de haven liggen een paar cruiseschepen waaronder de Nederlandse Plancius en Ortelius. Die Plancius was voorheen HS Tydeman, een ‘wit’ onderzoeksschip van de Koninklijke Marine waarop ik 38 jaar geleden de CANCAP-expeditie naar West-Afrika heb meegemaakt. Ben even aan boord gestapt; sweet old memories.
Longyearbyen lijkt wel wat op een western-stadje met zijn houten huizen langs een onverharde hoofdstraat. Met het groot-kaliber-geweer op de schouder en de kudu-hoed op m’n hoofd is het indianajonesgevoel maximaal.
Een geweer, een stokoude Mauser 30-06, en een seinpsitool moeten we de volgende etappe bij ons dragen om ijsberen op afstand te houden.

Nu vrijdagmiddag trekken we alle drie ons eigen plan. Lekker even op jezelf, ook al is de harmonie aan boord nog zo goed.
Anderhalf uur sjouwend langs een kabelbaan met roestige bakjes van een kolenmijn. Sneeuwgorzen en rendieren. Aan het eind van een hellend pad vind ik een spectaculair deurportaal dat uit de berg steekt. Dit is de ingang van de Global Seed Vault, een grote kunstmatig gemaakte grot in de permafrost waar miljoenen zaden van alle denkbare cultuurgewassen worden bewaard bij -18° Celsius. Hier wordt genetisch materiaal opgeslagen voor een denkbeeldig tijdperk nadat er een wereldramp heeft plaatsgevonden. Een soort Ark van Noach. Even onwerkelijk.

Komende ‘nacht’ komt Else invliegen, ons vierde bemanningslid voor de tocht langs de kust naar het ‘allerhoogste’ noorden.
Morgenvroeg hebben we ook een rendez-vous-ontbijt met Joop en Marian die een Svalbardtrip doen.