About Cachalot

This author has not yet filled in any details.
So far has created 3 blog entries.
  • golven else
  • DCIM100GOPROGOPR0142.

Fair winds and following seas

We verlaten Jan Mayen, nog altijd gehuld in turbulente mistflarden waartussen soms een fel oplichtende zonnestraal. Ons werd verteld dat de airstrip in de zomermaanden niet kan worden gebruikt vanwegde de Karman-winden, spiraalvormige wervels die vanaf het eiland over tientallen kilometers door de atmosfeer worden getrokken.

Op open zee neemt de wind gestaag toe. We zeilen op een half-ingerolde kluiver en noteren windvlagen van meer dan 30 knopen. Dat is windkracht zeven is in plaats van de ons voorspelde windkracht vijf. De zee bouwt zich op en zware golven van vier meter tillen ons bootje op en rollen onder ons door. Alles wat niet vast staat slingert door het schip. Wanneer een breker dwars in komt en tegen de scheepswand dreunt vliegen de net afgepaste kopjes rijst door de kajuit. We zijn een notendopje in de oceaan maar het schip gedraagt zich geweldig en we twijfelen geen moment aan haar zeewaardigheid. Vanaf de boeg maken we spectaculaire filmpjes.

Zaterdagavond wordt de wind wat stabieler en worden de golven langer. De kluiver rollen we helemaal uit. Om middernacht zingen we voor de verjaardag van Else. The Boxer van Simon & Garfunkel schalt over het scheepsdek.
Eigenlijk hadden we rond Jan Mayen wel ontmoetingen met dolfijnen en walvissen verwacht, maar waarschijnlijk mede door de onstuimige zee laten ze zich niet zien. Alleen Else ziet een zwart lijf met bolle kop en een spitse snuit boven het water komen. Dat moet wel een Butskop zijn geweest: grote diep duikende dolfijnen. Ik wou dat ik ook jarig was..

Naarmate we de 360 mijlen naar IJsland aftellen neemt de wind af en komt de zee tot bedaren. We draaien onze wachtjes in het grijze tijd- en ruimteloze niets. Gelukkig zijn we met onze ‘sailors companions’, de Noordse stormvogels waarvan er altijd wel een paar rond de boot cirkelen. Ze scheren met hun vleugeltoppen rakelings over de golven, draaien tegen de wind in omhoog en doen fly-by’s langs het schip. We verbeelden het ons niet: ze kijken je echt aan.

Dinsdagochtend zien we voor het eerst de zon opkomen. We passeren de poolcirkel, hijsen de gennaker en kabbelen verder naar IJsland.

By |July 21st, 2015|8 Comments
  • haze

Land in zicht

Na drie dagen pruttelen door een grijze stille lucht over een even grijze gladde zee, waarbij we geen enkel schip zijn tegengekomen, is het weer afgelopen nacht eindelijk omgeslagen. De wind steekt op, de zon breekt door en water en lucht krijgen weer kleur. De motor is uit, we zeilen weer. Op gennaker en bezaan varen we met wind NNW 5 Beaufort een ruime zuidwestelijke koers. In de middag knapt de val van de gennaker boven in de mast en het honderd vierkante meter blauwgroene zeildoek belandt naast de boot in zee. We trekken de gennaker onder de kiel door naar loef en staan verbaasd hoe snel we de enorme lap weer aan boord hebben en in de zeilzak hebben opgeborgen. Gelukkig hebben we geen schade, afgezien dan van de gennakerval zelf, die een metertje korter zal moeten worden. Maar waardoor is die dikke val doorgeschavield? Dat wordt weer klimmen in de mast.

Vanmiddag 16 juli om 16:10 roept Else vanuit de kuip: Land in zicht!. In het heiige tegenlicht zien we ver weg de contour van de Beerenberg opdoemen, de besneeuwde vulkaan die vanaf de zeebodem oprijst en het het eiland Jan Mayen vormt. We hopen dat de mist en regen waar Jan Mayen zo berucht om is, wegblijven.

Op deze breedte hebben gaat de zon nog steeds niet onder, maar langzaam bemerken we iets dat we in weken niet hebben meegemaakt, .. dat het avond wordt.
Met vijf knopen deinen we op kluiver en bezaan in de richting van het afgelegen eiland. Hmm… er doemen laag hangende wolken op.

By |July 16th, 2015|5 Comments
  • potvis a

“Cachalot meets cachalot”

Inmiddels varen we voor de derde dag over de Groenlandse Zee volgense de korste lijn (grootcirkel) van Spitsbergen naar Jan Mayen.

Met ons drieën hebben we een ritme van achtereenvolgens vier uur slaap, vier uur stand-by en vier uur wacht. De zeekoeten, papegaaiduikers en kleine alken hebben we achter ons gelaten. Een
enkele keer worden we nog bezocht door een paar drieteenmeeuwen, altijd begeleid door een middelste jager, maar inmiddels, 250-300 zeemijl vanaf land, midden in de driehoek Spitsbergen-Jan Mayen-Groenland, blijven alleen de Noordse stormvogels ons trouw. Net als de afgelopen weken staat er nog steeds geen wind. De zee is rimpelloos op een lichte deining. We zijn blij met onze halve ton diesel in de tanks en ronken bij laag toerental met een snelheid van 5 knopen door een onaardse wereld. Afstanden tot de horizon zijn niet te schatten en vaak is er helemaal geen kim tussen de tinten grijs te onderscheiden. Onze sonar kan de zeebodem allang niet meer peilen, maar volgens de kaarten hebben we meer dan drie kilometer water onder de kiel.

Dan wordt er vanuit de kuip geroepen: ‘blooowww’. We verleggen de koers en liggen even later langszij een enorme potvis die met luid geblaas en gesproei diep ademhaalt. We leggen de motor stil. Zijn spuitgat zien we duidelijk linksvoor op de kop als een een groot ventiel open en dicht gaan. Dan zwemt hij op ons toe, maar vlak voordat hij ons ramt kromt hij zijn rug, heft zijn dikke rafelige staart boven het water uit en duikt hij naar de diepzee.

Het lag al op mijn lippen, maar nu is het een feit: “Cachalot meets cachalot”.

Dinsdagavond om 23:15 passeren we de Greenwich-meridiaan, wat we vieren met een toost, de voordracht een gelegenheidsgedichtje en tot nullen bewerkte stroopwafels.

Het begint te motregenen. De kluiver blijft slap hangen en wordt weer ingerold.
We brommen rustig door en tellen onze mijlen en liters brandstof.

By |July 15th, 2015|5 Comments